Interview over Groene Hart Academie

Een interview met Teamleider a.i. van de opleiding Landscape & Environment Management en projectleider van de Groene Hart Academie Karin van Beckhoven en lector Integrale Voedsel- en Productiekentens Woody Maijers over de Groene Hart Academie op de website van Inholland.

Onderzoek: de kenniswerkplaats

De kenniswerkplaats als dé manier om te leren onderzoeken in de praktijk. Studenten van het Domein Agri, Food & Life Sciences bij Inholland Delft doen het al sinds 2009 via de Groene Hart Academie (GHA). Teamleider a.i. van de opleiding Landscape & Environment Management en projectleider van de Groene Hart Academie Karin van Beckhoven en lector Integrale Voedsel- en Productieketens Woody Maijers vertellen over hun vernieuwende kenniswerkplaatsmethodiek en de daarmee gepaarde onderwijsveranderingen, die steeds meer voeten in de Inholland-aarde krijgen. “Het point-of-no-return is voorbij!”


Woody Maijers en Karin van Beckhoven

Wat is een kenniswerkplaats?

Karin van Beckhoven (KvB): “De kenniswerkplaats verbindt de de vijf O’s,: Ondernemers, Overheid, Onderzoek, Onderwijs en Omgeving. We werken daarin als partners samen aan de hand van actuele kennisvraagstukken in de regio, die voortkomen uit innovatieagenda’s en beleidsnotities. Vanuit het onderwijs en het onderzoek zoeken we de koppeling om in projecten deze actuele kennis en innovatievraagstukken te beantwoorden.”

En wat voor kenniswerkplaats is de Groene Hart Academie?

KvB: “In  de GHA werken studenten van onder andere ons Domein Agri, Food & Life Sciences samen met ondernemers en overheden, zoals de gemeente Nieuwkoop, samen in projecten om regionale kennisvraagstukken in het Groene Hart op te lossen. Vijf jaar geleden zijn we begonnen; met 70 mensen in een hok om samen de kennisagenda op te stellen. De thema’s waar we ons op richten zijn: Natuur & Landschap, Water, Recreatie & Toerisme, Klimaat & Energie, (Verbrede) Landbouw & Ondernemen, Leefomgeving en Greenports (Glastuinbouw & Boomteelt). Het is overigens niet alleen voor het hbo. De universiteit in Wageningen schuift ook vaak aan en onze mbo-partners, waaronder het Wellantcollege, spelen ook een rol.”

Welke vraagstukken zijn geschikt voor de kenniswerkplaats?

Woody Maijers (WM): “Belangrijk is dat de vraagstukken gaan over onderwerpen waar wij ook iets mee hebben. Als  we geen match kunnen maken vanuit de opleiding heeft het weinig zin. We zitten niet te wachten op hypes en losse flodders, daar kunnen we ons onderwijs ook niet op organiseren. Voor je het hiervoor georganiseerd hebt is de hype immers weer voorbij. Neem zoiets als superfood. Sec is dat geen geschikt onderwerp, maar gezonde voeding als breed thema weer wel. De afweging maken is lastig. Soms weet je niet op iets een trend wordt of niet. Vandaar dat onze eigen kennisagenda zo belangrijk is.”

Zijn er nog andere voorwaarden?

WM: “De ‘vragende partij’ moet echt een authentieke vraag hebben en tijd willen investeren in het project. Opdrachtgevers moeten beseffen dat het om een leeromgeving gaat, en niet om een adviesklus. Dat studenten eraan werken, dat het om onderwijs gaat.”

KvB: “Verwachtingsmanagement over en weer is essentieel om tot een goede afspraken te komen en ook een goede matching is van belang. ‘Het is slow advice’, zeggen wij altijd. Als je vandaag een vraag hebt en morgen een antwoord wil, ga dan naar een adviesbureau. Verbinding met het onderwijs is dan lastig.”

Projecten van de Groene Hart Academie in kaart gebracht.

En hoe gaan de zaken?

KvB: “De afgelopen jaren hebben we met de GHA zo’n 80 vraagstukken opgepakt en zijn meer dan 130.000 studenturen, gekoppeld aan de kennisvraagstukken. Diverse projecten zijn bijvoorbeeld uitgevoerd voor Groene Cirkels, een samenwerking tussen Heineken, de provincie Zuid-Holland en het onderzoeksinstituut Alterra in Wageningen. Doel van deze samenwerking is om het Groene Hart te ontwikkelen tot een duurzaam en toekomstbestendig gebied. Ze hebben allerlei vraagstukken waar het onderwijs een rol in kan spelen. Onlangs stond een reconstructie voor de N11 tussen Alphen en Leiden centraal, om na te denken over de natuur en inrichting, om zo tot een ander ‘verdienmodel’ voor een weg te komen.”

Hoe werkt dat eigenlijk, een dergelijk project van a tot z?

KvB: “Voor de vragen die binnenkomen hebben we een methodiek ontwikkeld. We kijken of het bij de kennisagenda past, en vervolgens welke opleiding en welk jaar, en welke docenten we eraan kunnen koppelen. Daarna organiseren we een kick-off waar we opdrachtgever, studenten en docenten bij elkaar brengen. Je geeft daar de studenten inzicht over het project, het materiaal, de achtergrond en het netwerk. Halverwege het project organiseren we een expertmeeting waar meerdere O’s aan kunnen haken en onderling kunnen toetsen wat ze al hebben en waarmee ze verder kunnen. En we eindigen meestal met een presentatie in de regio."

Staat deze methodiek eigenlijk al goed op het netvlies in de buitenwereld?

WM: “Als het gaat om praktijkgericht onderzoek zijn wij nog wel een beetje een vreemde eend in de bijt. Heel veel potentiële opdrachtgevers zoals provincies en rijksoverheden kijken eerder naar universiteiten en technologische instituten. Het hbo als kennispartner zit nog niet tussen de oren. De programmering rondom toegepast onderzoek en gebruik van studenten, docenten en lectoren zit nog niet voldoende op het netvlies. Natuurlijk heb je wel al een aantal ‘fans’, maar voordat dit gemeengoed is en beleid? Dat gaat nog wel eventjes duren.”

Hoe reageren opdrachtgevers?

WM: “Goed. Wethouders van Nieuwkoop hebben bijvoorbeeld regelmatig aangegeven dat ze blij zijn met de authentieke reacties en adviezen van studenten. Zij kunnen immers redelijk waardenvrij en op een creatieve manier naar dingen kijken. Een normaal adviesbureau zit daar toch wat meer strategisch in: hoe kunnen we hier een vervolgopdracht uit halen? Andere opdrachtgevers vinden deze manier ook handig werken omdat het niet te duur is. Ook is werken met studenten interessant om te kijken of er iemand geschikt is om later zelf aan te nemen. Opdrachtgevers vinden het bovendien interessant om hun verhaal met het onderwijs te delen.”

Wat heeft er allemaal moeten veranderen in het onderwijs om de kenniswerkplaatsmethodiek mogelijk te maken?

KvB: “Toen ik in 2009 met de Groene Hart Academie begon dacht ik: hoe kom ik aan al die vraagstukken? Die bleken wel te komen. De uitdaging lag in het onderwijsprogramma. Dat zat van a tot z dichtgetimmerd. Docenten hadden veelal hun eigen projecten en er zat alleen flexibiliteit in de stages en afstudeeropdrachten. Om op onze manier te kunnen werken hebben we een herontwerp gemaakt voor het curriculum en het projectonderwijs anders ingericht. Daarin staan beroepsrollen van studenten centraal. Ze gaan aan de slag als beheerder, onderzoeker, ontwerper of adviseur en krijgen in het onderwijs de skills die ze nodig hebben om deze rol te vervullen. Bovendien duren deze projecten met een externe opdrachtgever niet meer een blok maar twee blokken. Het onderwijs is nu zo flexibel gemaakt dat we de GHA-vraagstukken er goed in kwijt kunnen.”

Wat betekent dit nieuwe onderwijs voor docenten? Hoe ervaren zij het?

KvB: “In de kenniswerkplaats ben je nog wel docent, maar zijn er vijf verschillende rollen waarin je als docent de verbindingen kunt leggen. Als kennismakelaar ga je bijvoorbeeld mee om het project te bespreken. Daarnaast heb je nog de rollen procesmanager, inspirator en beoordelaar, en de expertrol. Je hebt hele enthousiaste docenten die alle rollen heel goed kunnen vervullen, maar ook docenten die meer afwachtend zijn.”

WM: “Het is een stuk onbekendheid en een stukje angst. Eerst bepaalde jij wat er in de klas gebeurde. Nu moet je opeens naar buiten toe en je kwetsbaar opstellen in een project dat op een heel andere manier kan gaan lopen dan jij denkt. En ben jij als docent wel voldoende kundig als gesprekspartner voor het werkveld? Ik zie dat dit niet nodig is  want als je met docenten  in gesprek gaat en de discussie aangaat en de vraag stelt: waarom was je ook alweer docent geworden? Blijkt dat de inhoud en het werken met enthousiaste studenten stimuleert. Ik ben ervan overtuigd dat we een grote groep docenten op die manier enthousiast kunnen maken, want het gaat ergens om.”

Wat vinden studenten van de kenniswerkplaatsmethode?

WM: “Ik heb een keer letterlijk meegemaakt dat ze letterlijk rechtop gingen zitten toen ze hoorden dat ze het project gingen doen voor een echte opdrachtgever. Je merkt dat ze dan op een andere manier meewerken. De studenten zijn enthousiast. “

KvB: “Het hangt ook erg af van de docent. Als er een enthousiaste docent voor de groep staat die zich eigenaar voelt van een project, dan is het eindniveau van het product beter, en is ook de tevredenheid van studenten groter. Een docent moet zich kunnen inleven en zich betrokken voelen met de opdrachtgever.”

WM: “Havisten en mbo’ers die hier binnen komen zijn gewend dat veel dingen voor hen geregeld worden. Dat terwijl ze aan het eind van de opleiding klaar moeten zijn voor de beroepspraktijk en hun eigen verantwoordelijkheid. Het is immers hún leerproces. Naast leren onderzoeken moeten studenten dus ook leren zelfstandig worden. Daarvoor willen we nog een leerlijn ontwerpen.”

En het onderzoekend leren, hoe staat het daarmee?

WM: “Wat in het onderwijs ontbrak was een integraal model om onderzoekend leren mogelijk te maken. In de basis hebben we nu een leerlijn over de opleidingen heen gelegd waarin studenten leren hoe ze literatuurstudie doen, welke onderzoeksmodellen ze kunnen gebruiken en hoe ze met een plan van aanpak met de projecten aan de slag kunnen. We hebben dit nu voor dit domein gedaan en dit kan als pilot voor andere domeinen gelden.”

Waar staan jullie nu met deze methodiek en wat zijn de te nemen stappen?

KvB: “We zijn op operationeel niveau begonnen. Het begint nu beleid geworden en op den duur moet het een nieuwe manier van werken worden. Tactisch en strategisch gaan we de stappen zetten waarbij we eerst opleidingsoverstijgend gaan kijken en vervolgens domeinoverstijgend hoe alles eruit moet komen te zien. We zijn nu bezig met de ontwerpprincipes, het herontwerp van de opleiding en de  docentrollen. Die kunnen als basis dienen om het breder uit te rollen. Wat betreft de kenniswerkplaats hebben we al contact met opleidingen van het Domein Techniek, Ontwerpen en Informatica. Ook gaan we kijken naar ontwikkelingen op het thema De Gezonde Samenleving.”

WM: “Het is een complex veranderingstraject met docentrollen, studentrollen, verdienmodellen ga  zo maar verder. Het gaat om curriculumontwikkeling. Er gaat echt heel veel overhoop en er is nog genoeg te ontdekken.”

Waar zijn jullie trots op?

KvB: “Ik ben trots op dat we de Groene Hart Academie van project naar traject gebracht hebben, trots op het aantal studenturen, trots op de verbinding vanuit de opleiding met de beroepspraktijk. Ook al staan er nog een heleboel dingen op het verlanglijstje om dingen goed en anders te regelen."

WM: “Het is nog niet aan alle kanten doorleefd, maar ik ben trots op het feit dat deze manier van werken binnen de opleidingen een plek heeft gekregen. En dat terwijl innovatie in het onderwijs echt niet zo gemakkelijk is. Het point-of-no-return is voorbij!”

Over Woody Maijers

Woody Maijers geeft les in onder andere over voedselketens en logistiek  aan de opleidingen Food Commerce & Technology in Delft en Amsterdam en Tuinbouw & Agribussiness in  Delft. Ook is hij lector Integrale Voedsel- en Productieketens en heeft hij een eigen bedrijf, De Ketencoach, dat zich richt op innovatieprojecten in ketens en netwerken in de agri-foodsector. Daarnaast werkt hij aan nieuwe vormen van bedrijfsleren als bestuurder van de stichting RolloverOnderwijs.

Over Karin van Beckhoven

Karin van Beckhoven, van huis uit bioloog, is teamleider a.i. van de opleiding Landscape & Environment Management. Daarnaast is zij van meet af aan de vormgever van de Groene Hart Academie om vraagstukken van het Groene Hart te vertalen naar het onderwijs.

Top